maandag 20 februari 2012

Mededeling.

Hoi iedereen!

Ik heb niet zo veel op mn blog gezeten, en ook niet op die van jullie. Sorry daarvoor, ik heb het erg druk met school en vrienden, dus schrijf ik iets minder. Volgende week vakantie, dan verschijnt er waarschijnlijk wel weer iets, en kan ik ook weer van jullie blogs genieten (:.

Liefs,
Roxanne

zondag 12 februari 2012

De zwarte zwaan

Met zijn vieren zitten ze op het bankje. Zo op het eerste gezicht zijn het gewoon vier vriendinnen, die alledaagse dingen doen. Ze kletsen wat en breken ieder een stuk af van de chocoladereep, die ze zojuist bij de Albert Heijn hebben gekocht. Maar als je beter kijkt is er een meisje die eruit springt, degene waar je langer naar blijft kijken.

Er is iets aan haar, ze is anders, al zou ze dat zelf waarschijnlijk niet zo graag horen. Mensen die opvallen zijn vaak het doelwit. Het is geen keuze, het is zomaar een stempel die je op je krijgt. Daardoor proberen mensen zichzelf aan te passen aan anderen. We volgen een bepaald modebeeld, zetten in gezelschap vaak algemeen geaccepteerde muziek op en gesprekken zijn vaak zonder diepgang. In plaats van dat we onszelf laten zien proberen we in het plaatje te passen. Het is als een aantal cadeaus die nog in het papier zitten. Pas als ze worden uitgepakt worden er etiketten opgeplakt. Welke krijgt de titel saai? Welke de titel geweldig?

Hoe je je ook gedraagt, mensen vormen sowieso een mening over je. Anders zijn is mooi, het heeft meer inhoud omdat er echt een individu is. Vroeger vertelde mijn moeder al het verhaal over de witte en de zwarte zwaan. Het is altijd een van mijn favoriete verhalen gebleven. Elke keer als er zwanen voorbij zwemmen zoek ik naar degene met de andere kleur. Om elke keer weer tot de conclusie te komen dat ik die de mooiste vind. Het heeft iets. Mensen die niet opgaan in de massa bereiken het meeste, puur omdat ze meer van zichzelf geven. Spring eruit, beteken iets. Zorg dat mensen jou hoe dan ook herinneren om wie je bent, niet om de kopie die je probeerde te zijn.

vrijdag 10 februari 2012

Vrijheid

Het is algemeen bekent; mijn hoofd loopt soms over van de gedachten. Ik word soms zelfs bang van mijn eigen fantasie (ja echt). Het kan best fijn zijn hoor, om over veel dingen na te kunnen denken en er een verhaal van te maken, maar af en toe zou ik willen dat ik het uit kon schakelen. Soms over denk ik de dingen namelijk. Daardoor ontstaan misverstanden en dat levert weer vervelende situaties op.

Af en toe heb je gewoon eventjes iets nodig wat ervoor zorgt dat je gedachten worden teruggebracht naar het nulpunt. Even nergens aan denken, rust in je hoofd en je helemaal overgeven aan wat er om je heen gebeurd. Je beleeft alles zo intens, dat je geen behoefte hebt om ook maar één scène in je hoofd te maken.

Zo'n moment beleefde ik vandaag. Het leuke aan de extreme kou en de bijbehorende vorst is dat de wateren bevroren zijn. Ik moest even uit de sleur vandaan, even iets anders doen. Dus besloten ik en mijn vader de ijzers onder te binden om te genieten van het ijs. De ondergaande zon die op het ijs scheen, de mooie lucht en een aantal molens. Het landschap was net een ansichtkaart. Het was mooi om te zien hoeveel mensen met mij van dit zeldzame verschijnsel genoten. En op dat moment had ik helemaal geen behoefte aan verhalen in mijn hoofd. Alles waar ik aan dacht was hoe ik mijn schaatsen op het ijs moest plaatsen.

Toen ik weer thuiskwam leken alle dingen die ik aan mijn hoofd had ineens veel simpeler. Ik wist ineens weer wat ik moest doen, en zelfs hoe ik het moest doen. Ik heb gemerkt dat als je teveel nadenkt de gedachten veel moeilijker naar buiten komen. Als er rust is is er vrijheid in je hoofd en vinden de gedachten hun eigen plek. Het is alsof de stukjes ineens een puzzel vormen. Dan kan ik weer scènes maken in mijn hoofd, wetend dat alles goedkomt. Misschien niet nu, maar als het niet goed is is het waarschijnlijk ook niet het einde. Dan zijn er nog enkele stukjes die hun weg moeten vinden. Er zullen altijd stukken zijn die niet passen, over zijn of zoekraken. Het enige wat wij hoeven te doen is hem leggen zoals wij hem willen, en blijven zoeken naar de stukken die ons aanvullen.

woensdag 8 februari 2012

De gestrande machinist

Wij Nederlanders zijn niet het volk dat elkaar zomaar aanspreekt. Alleen mensen die we kennen zeggen we gedag, en zelfs dat gebeurt soms niet. Ga maar eens na, als die ene irritante kennis langs loopt is het wel erg verleidelijke om te doen alsof je hem of haar niet ziet. Maar toch, als het erop aankomt, komt het groepsgevoel in ons naar boven.

Dit weekend had ik een aantal van deze momenten. Het was weer zover; met de trein van het noorden naar het zuiden. Alleen lag er sneeuw. En de NS en sneeuw gaan niet samen. Om half twaalf nam ik de trein naar Amsterdam, geen problemen en ik had er eigenlijk wel vertrouwen in dat ik op tijd van A naar B zou komen. Helaas was dat niet zo.

De mensen op het station raadde me aan om via Breukelen (waar ligt dat?) naar Utrecht te reizen en om dan te hopen dat er een trein naar Maastricht zou rijden. Het klonk al niet erg veelbelovend, maar toen er op het bord met vertrekkende alleen een trein naar Vlissingen stond zakte mijn moed me in de schoenen. Maar toch moest en zou ik op mijn bestemming komen.

Na een fikse omweg en een vertraging van een half uur kwam ik aan in Breukelen. Er waren veel geïrriteerde mensen aan de telefoon, die afspraken afzegden omdat ze niet op tijd konden komen. Ik raakte door de frustratie aan de praat met een meisje die naar Arnhem moest reizen. Eenmaal in Breukelen dacht ik dat ik gek werd. ''Dames en heren, alle treinen naar Utrecht Centraal zijn geannuleerd''. Samen met het meisje uit de trein bedacht ik een oplossing. Zelfs al is het een onbekende is het fijn om te kunnen overleggen.

Samen zagen we geen enkele manier om met de trein weg te komen. Er reed letterlijk niets. De enige manier om verder te geraken was door een bus te pakken. Maarja, ik heb geen OV. Met een mega schuldgevoel en met mijn ID deed ik net alsof ik incheckte. Eerlijk was eerlijk, als de treinen gewoon hadden gereden had ik dit niet hoeven doen. Ik was erg opgelucht toen ik uit de bus stapte. Met de gedachte 'ik doe dit nooit meer' liep ik Utrecht Centraal binnen. Ik nam afscheid van mijn medereiziger. Haar trein naar Arnhem reed gelukkig.

En eindelijk zag ik degene met wie ik vanaf Utrecht samen zou reizen. Hij had al 2,5 uur op mij moeten wachten. Ik liep opnieuw naar de inlichtingen, om te vragen welke treinen er reden. Binnen twee uur alleen een trein naar Den Haag. Ik sleurde mijn reisgenootje mee de trein in. De trein was echt overvol. En mijn reisgenootje stond nog op de voet van een oudere vrouw, die daar niet zo blij mee was. Volgens mij verpestte ik haar dag door ook nog te zeggen dat ik Utrecht geen leuke stad vond. Oke, dat is niet waar. Ik vind Utrecht fantastisch, maar alleen als er treinen rijden.

Anderhalf uur later arriveerden we in Den Haag. Tot mijn opluchting reden er een paar treinen, weliswaar een stoptrein, maar hij reed. Al was dat eerst nog even de vraag. ''Dames en heren, de reden van vertraging is dat onze oorspronkelijk machinist is gestrand''. Arme man. Als zelfs werknemers stranden is het wel heel erg. Ik vraag me nog steeds af waar hij terecht is gekomen. Vandaar dat ik de titel van deze blog aan hem wijdt.

Dit keer stapte er een geweldig iemand in. Ik vertelde mijn hele bus verhaal en hij zei dat het vast lag aan mijn donkere muts. Ondertussen kwam er een vrouw langs die werkzaam was bij de NS. De man was het helemaal zat en vertelde haar dat in alle andere landen met sneeuw de treinen wel normaal konden rijden. En dat ze met die gratis kopjes thee en koffie niets goedmaakte. De vrouw van de NS was totaal verbijsterd, en ondanks dat het natuurlijk niet zo beleefd was zorgde de man ervoor dat ik weer vrolijk was en ''we zijn er bijna'' ging zingen. Twee uur lang.

Om half zeven waren we dan eindelijk in Eindhoven, nog steeds niet de plaats van bestemming, maar dichterbij dan we ooit waren. En eindelijk stond er op het bord ''Maastricht''. Midden op het perron kon ik het niet laten om een vreugdedansje te doen. Helaas kregen we op Sittard nog een wisselstoring, waardoor we een tijdje stilstonden. Eerst zouden we verder moeten met de stoptrein. Maar na wat gepraat met de conducteur konden we gelukkig toch door met de intercity.

En eindelijk, na achtenhalf uur, stonden ik en mijn reisgenootje op het station. Ik heb eerst een pilaar geknuffeld, zo blij was ik. Helaas heb ik crashed ice gemist, waar ik oorspronkelijk voor heen ging, en heb ik Valkenburg nooit bereikt, aangezien er geen enkele mogelijkheid meer was om daar te komen, maar het was alsnog een gezellige avond.

Ondanks dat ik op bepaalde momenten echt gefrustreerd was, was het echt heel tof om gewoon met random strangers te praten. Achteraf is de ervaring dan ook best wel komisch. Mensen worden dichterbij elkaar gebracht door frustratie en zijn er toch wel voor elkaar als dat nodig is. Al is het samen bedenken om met de bus te gaan, of aan het lachen gemaakt worden door iemand. Ik ben er soms toch wel trots op om Nederlandse te zijn.

dinsdag 7 februari 2012

Gedwongen beslissing

Het zat er al een tijdje aan te komen, toch is het nare gevoel daardoor niet minder. Wegens de problemen met mijn voet heb ik vandaag mijn baantje bij de schoenenwinkel op moeten zeggen (ironisch he? Iemand die niet lang kan lopen en in een schoenenwinkel werkt). Al dagen stelde ik het gesprek uit, maar het moest er toch echt van komen.

Vandaag verzamelde ik al mijn moed en pakte de telefoon. ik draaide het nummer van de winkel en hoopte stiekem dat niemand opnam. Maar helaas gebeurde dat wel en moest ik toch wel een paar keer slikken. Het hoge woord was eruit. Ik ging ermee stoppen. Mijn baas vond het erg naar, maar was het met me eens dat het gewoon niet anders kon.

Het is raar hoe je in zo'n korte tijd (een half jaar) aan je baantje hecht. Ik heb er nooit tegenop gezien om naar mijn werk te gaan. Natuurlijk vond ik het wel eens jammer dat ik zaterdagmiddag niet weg kon, maar het woog niet op tegen het plezier dat ik tijdens mijn werk had. Het contact met de mensen was heel erg leuk, en aangezien ik zelf een 'shoeaholic' ben was dit baantje precies wat ik wilde. Toen ik aangenomen werd zat ik dan ook de hele dag met een lach op mijn gezicht.

Helaas is er een tijd van komen en gaan. Ik vind het een nare gedachte dat er straks een ander meisje is die mijn werkzaamheden verricht. Het is niet anders, ik had het ook liever anders gezien. Want niet alleen het werk was leuk, ook mijn collega's hebben ervoor gezorgd dat ik zo positief terug kijk op mijn periode dat ik er werkte. Mensen maken het bedrijf. Ik zal het missen.

zondag 29 januari 2012

Thuis

Wat is thuis? Ik heb mezelf al vaak over deze vraag gebogen. Het begrip 'huis' is makkelijker te defeniëren. Het is de plaats waar je telkens terugkomt, of dat nou van een feest is of van een vakantie. Het is de plaats waar eten op tafel staat als het tijd is, waar je (in ons land) een eigen plekje hebt, naar jouw smaak ingericht. Wellicht hangen jouw foto's aan de muur, jouw posters, staat er een kast vol boeken van het genre wat jij graag leest.

Het is die ene 't' die het ingewikkelder maakt. Hoe vaak heb je mensen niet horen zeggen ''doe alsof je thuis bent''? Voelde je je daar ook echt thuis? Negen van de tien keer zal je deze vraag met nee beantwoorden. Waarom? Meestal niet omdat de inrichting je niet bevalt, of omdat het zo verschilt van jouw huis. Wij mensen zijn gewent ons aan te passen, we kunnen immers nooit helemaal onze zin krijgen. Nee, het is iets heel anders wat ervoor zorgt dat we ons ergens thuis voelen.

En toen opeens wist ik het, het verschil tussen de twee. Een huis is slechts een gebouw, het staat er gewoon. Thuis heeft te maken met emotie. Voel je je op je gemak? Maakt de plaats je gelukkig? Voel je je veilig? Dan noemen we iets al snel een thuis. Men hecht pas waarde aan een gebouw als er iets bijzonders aan is, als er mijlpalen zijn behaald. Al heb je nog zo'n grote hekel aan de plaats waar je woont, je hart zal breken als je huidige huis niet meer in bezit van familie zou zijn. Je bent er opgegroeid, je hebt hier dingen meegemaakt, zelfs al zijn het kleine dingen. Bij 'thuis' denk ik dan ook altijd aan de fluitketel van vroeger. Als ik terug kwam van school was dat het teken dat ik thuis was. Elke middag stond er thee klaar met koekjes. En elke dag keek ik weer uit naar dat moment.

Mensen zeggen dan ook niet voor niets ''a home is where the heart is''. Misschien nog wel belangrijker dan de mijlpalen zijn behaald, zijn degene die mee hebben gewerkt aan deze herinneringen. Mensen maken de plaats. Ga maar bij jezelf na, kan je het goed met iemand vinden, dan kom je daar graag. Thuis is voor mij een plaats waar ik me goed en geaccepteerd voel. Of dat nou daadwerkelijk in dit gebouw is waar ik deze tekst typ, of bij mijn vrienden aan de andere kant van het land. Wij creëren zelf de plaatsen waar we willen zijn. Voor iedereen is er ergens een thuis, zolang het gevoel er maar is.

donderdag 26 januari 2012

Flasback

Mijn vader is wat men noemt een binnenvetter. Hij praat eigenlijk nooit als hij ergens mee zit, tot het er op een gegeven moment uitkomt. En dan is het net of er een vulkaan tot uitbarst. Inmiddels heb ik geleerd dat overal een reden voor is, en ondanks dat mijn vader en ik elkaar niet altijd even goed snappen komen we er toch uiteindelijk toch wel weer uit.

Vroeger snapte ik niet waarom ik niet alleen mocht fietsen als het buiten stormde. Op mijn dertiende was hij bovendien veel bezorgder dan normaal. Mijn ouders gaven er nooit een verklaring voor, die zou ik krijgen als ik wat ouder was. En inderdaad, op mijn veertiende kwam mijn vader naar me toe. Of ik even tijd had, hij moest me iets vertellen.

Wat mijn vader toen vertelde brak mijn hart. Hij had niet een broer, hij had er twee. Het stormde en samen kwamen ze terug van het strand. Onderweg naar huis gebeurde het. Door het slechte week brak er een vlaggenmast en die kwam terecht op het hoofd van mijn vaders broer. Hij heeft het niet overleeft. Mijn vader zag het voor zijn ogen gebeuren. Hij was veertien, zijn broer dertien. En met zijn broer stierf zijn beste maatje.

Mijn vader is werkzaam in de bouw. Normaal komt hij vrolijk thuis, maar vandaag was er iets mis. Ik zag het aan zijn manier van doen en laten. En ik had gelijk. Mijn vader was aan het werk op een plaats waar hijskranen betonnen platen verplaatste. Boven hem was nog iemand aan het werk.

Op dat moment wordt mijn vader geroepen door een collega. Twee minuten later gebeurt het. De plaat valt van de hijskraan, en beland op de plek waar een van zijn collega's aan het werk is. Die plaat breekt in tweeën en zijn collega maakt een val van drie meter. Zwaargewond wordt hij afgevoerd naar het ziekenhuis. De collega die hem riep blijkt achteraf het engeltje op de schouder van mijn vader te zijn geweest. De plaat viel neer op de plaats waar hij eerst stond. Dit schud je toch wel weer even wakker...

Gelukkig heeft mijn vader het incident niet gezien, enkel dat zijn collega op de brancard werd gelegd. Thuis kwam de vulkaan weer even tot uitbarsting. Alles flitste weer door zijn hoofd. Als ik vraag hoe het met hem gaat grijpt hij mij en mijn moeder stevig vast. ''Jullie'' zegt hij, ''ik dacht aan jullie. Zolang jullie er zijn ben ik gelukkig''. Hij geeft mij en mijn moeder een kus en fluistert er ''i love you'' achteraan. ''Mijn broer heb ik verloren, en daarom moet ik zo lang mogelijk van jullie genieten''.